Medische Encyclopedie – Apotheek Marne – Amstelveen

Apotheek Marne

Marne 130 1186PJ Amstelveen Tel:020 220 99 00 Fax:020 220 99 09

Medische Encyclopedie

Inhoud

voriconazol

Voriconazol is een antischimmelmiddel. Het werkt tegen schimmels en gisten (zoals de Candida-gist).

Artsen schrijven het voor bij schimmel- en gistinfecties.

Wat doet voriconazol en waarbij gebruik ik het?

Schimmel- en gistinfecties

Door een verstoord evenwicht tussen bacteriën, schimmels en gisten kunnen bepaalde schimmel- en gistsoorten beter groeien ten koste van andere. Schimmels en gisten kunnen hierdoor infecties veroorzaken in weefsels en organen. Vooral gevoelig hiervoor zijn mensen
met een verminderde weerstand, zoals hiv- of aidspatiënten, verzwakte ouderen, mensen met kanker of transplantatiepatiënten.

Behandeling
Bij infecties met schimmels of gisten schrijven artsen meestal de schimmelmedicijnen fluconazol of itraconazol voor. Uw arts kan voriconazol voorschrijven als deze medicijnen niet werken of bij ernstige infecties met bepaalde schimmels of gisten in weefsels, het bloed of organen. Bijvoorbeeld bij aspergillose, een longinfectie.
Soms ook bij infecties met de Candida-gist van de slokdarm.

Voriconazol wordt ook gebruikt om dergelijke infecties te voorkomen. Bijvoorbeeld bij mensen die door een verminderde weerstand, een grote kans op infecties hebben.

Werking
Voriconazol werkt tegen schimmels en gisten waardoor de infectie verdwijnt.
Na enkele dagen tot weken merkt u dat de verschijnselen minder worden. De genezing kan echter enkele maanden duren. Het is daarom belangrijk dat u de kuur volledig afmaakt.

Lees meer over schimmel- en gistinfecties . “

Wat zijn mogelijke bijwerkingen?

Regelmatig (bij meer dan 30 op de 100 mensen)

  • Oogproblemen, zoals wazig zien, schitteringen, kleuren anders waarnemen en gevoeligheid voor licht.

    Deze klachten gaan binnen 1 uur vanzelf over. Er is een zeer kleine kans dat er sprake is van een ernstige oogbeschadiging. Raadpleeg uw arts als de klachten langer duren.

Soms (bij 10 tot 30 op de 100 mensen)

  • Maagdarmklachten, zoals misselijkheid, braken, buikpijn en diarree. Zelden verstopping of zuurbranden.

    Deze klachten gaan meestal over als u aan het medicijn gewend bent geraakt.
    Zeer zelden ontstaat ernstige diarree. Waarschuw dan uw arts.

  • Hoofdpijn

  • Koorts, rillingen.

  • Huiduitslag. Zelden met jeuk, schilfers of vlekjes.

    Meestal is dit niet ernstig, maar zeer zelden kan er sprake zijn van overgevoeligheid voor voriconazol (zie Overgevoeligheid). Raadpleeg daarom bij huiduitslag uw arts.

  • Vocht vasthouden (dikke en enkels en voeten).

    Raadpleeg uw arts als u hier last van blijft houden.

  • Ademnood of kortademigheid.

    Waarschuw uw arts bij een plotselinge ernstige benauwdheid. In zeer zeldzame gevallen kan een ernstige longaandoening ontstaan.

Zelden (bij 1 tot 10 op de 100 mensen)

  • Psychische klachten, zoals angst, depressie, opwinding, slapeloosheid, slaperig zijn, sufheid, verwardheid en hallucinaties.

    Als u deze bijwerkingen opmerkt, neem dan contact op met uw arts of apotheker. Deze bijwerkingen gaan over als u stopt met het medicijn.

  • Duizeligheid, zwak gevoel, flauwvallen.

    Dit kan ook komen door een lage bloeddruk of te weinig glucose in het bloed.

  • Trillen, beven, rugpijn, spiertrekkingen of gespannen spieren.

  • Epileptische aanvallen of stuipen.

    Waarschuw dan uw arts.

  • Tintelend of doof gevoel, vooral in handen of voeten.

    Raadpleeg in dat geval uw arts.

  • Haaruitval

    Dit herstelt zich na afloop van de kuur.

  • Verminderde leverwerking of leverontsteking. U kunt dit merken aan een gevoelige, opgezwollen buik, een gele kleur van huid en oogwit (geelzucht), donkere urine en bleke ontlasting.

    Waarschuw uw arts als u last krijgt van één van deze verschijnselen.

  • Bloedarmoede, infecties of bloedingen. U merkt het aan extreme vermoeidheid, keelpijn, koorts, blaren in de mond, snel blauwe plekken of bloedneuzen, of aan infecties.

    Dit kan komen door te weinig rode bloedcellen, witte bloedcellen of bloedplaatjes. Waarschuw in deze gevallen direct uw arts.

  • Pijn op de borst, hartkloppingen of een onregelmatige hartslag. U merkt dit soms alleen aan plotselinge duizelingen of als u even wegraakt.
    Vooral mensen met de aangeboren vorm van de hartritmestoornis verlengd QT-interval hebben hier meer kans op.

    Neem bij deze verschijnselen contact op met uw arts. Gebruik dit medicijn NIET als u deze aangeboren hartritmestoornis heeft.

  • Gezwollen of ontstoken gezicht, voorhoofdholtes, lippen tandvlees of tong.

    Waarschuw dan uw arts.

  • Verminderde nierwerking. Raadpleeg uw arts als u binnen enkele dagen in gewicht toeneemt, als u dikke enkels of onderbenen krijgt of bloed in de urine heeft.

  • Te weinig kalium of natrium in het bloed. U merkt dit soms aan spierkrampen, spierzwakte en vermoeidheid.

    Waarschuw dan uw arts.

  • Bij het infuus: pijn of zwelling op de plaats van de naald.

Zeer zelden (bij minder dan 1 op de 100 mensen)

  • Smaken anders waarnemen.

  • Oorsuizen en slechter horen.

    Neem contact op met uw arts als u hier last van heeft.

  • Ontsteking van de alvleesklier of van het buikvlies.

    Waarschuw een arts bij plotselinge hevige pijn in uw bovenbuik.

  • Galkolieken of galstenen.

    Raadpleeg uw arts als u galstenen heeft of andere galblaasaandoeningen.

  • Bewegingsstoornissen, zoals een onzekere gang bij het lopen, evenwichtsproblemen, neiging tot vallen.

    Raadpleeg uw arts als u dit merkt.

  • Ontstekingen van bloedvaten of lymfevaten.

  • Overgevoeligheid voor dit medicijn. Dit merkt u onder andere aan huiduitslag, ontstoken plekken, jeuk en galbulten.

    Raadpleeg dan een arts. In zeer zeldzame gevallen ontstaat een zeer ernstige overgevoeligheid met benauwdheid, zwellingen in het gezicht, flauwvallen of blaren op de huid en in de mond. Waarschuw dan meteen een arts of ga meteen naar de Eerste-hulpdienst.
    Blijkt u inderdaad overgevoelig te zijn voor dit medicijn, meld dat dan altijd aan uw apotheker. Het apotheekteam kan er dan op letten dat u dit medicijn of medicijnen die hier veel op lijken, niet opnieuw krijgt.

  • Dit medicijn kan de huid gevoeliger maken voor UV-licht (zon, zonnebank, UV-lamp). Door blootstelling aan zonlicht, zelfs voor korte perioden, kunnen ontstaan: huiduitslag, bobbeltjes, blaasjes, jeuk, roodheid van de huid en ernstige verbranding door de zon. Kinderen hebben hier vaker last van.

    Na langdurige behandeling is er ook meer kans op huidkanker. Huidkanker ontstaat sneller door de invloed van UV-licht.
    Begint u net met dit medicijn? Blijf dan uit direct zonlicht, vooral tussen 10:00 en 15:00 uur. Bescherm uw huid tegen de zon. Bijvoorbeeld met zonnebrandmiddel en beschermende kleding, zoals een hoed en een zonnebril. Ga niet onder de zonnebank. Krijgt u een ernstige reactie op de zon? Stop dan met dit medicijn en waarschuw uw arts. 

Uitleg frequenties

Regelmatig : bij meer dan 30 op de 100 mensen
Soms : bij 10 tot 30 op de 100 mensen
Zelden : bij 1 tot 10 op de 100 mensen
Zeer zelden : bij minder dan 1 op de 100 mensen

Mag ik voriconazol gebruiken met andere medicijnen?

Dit middel heeft wisselwerkingen met andere medicijnen. In de tekst hieronder staan alleen de werkzame stoffen van deze medicijnen, dus niet de merknamen. Of uw medicijn een van die werkzame stoffen bevat, kunt u nagaan in uw bijsluiter onder het kopje `samenstelling'.

Het kan zijn dat voriconazol zelf minder goed werkt, of dat het meer bijwerkingen veroorzaakt. Het kan ook zijn dat het andere medicijn extra bijwerkingen kan geven of minder goed werkt.
Overleg vóór gebruik met uw apotheker of arts als u een van onderstaande medicijnen slikt. Meestal mag u de combinatie niet gebruiken.

  • De antistollingsmedicijnen, acenocoumarol en fenprocoumon. Voriconazol kan de werking van acenocoumarol en fenprocoumon versterken. Meld het aan de trombosedienst als u voriconazol gaat gebruiken. Ook als de dosering van voriconazol wijzigt of als u stopt met voriconazol, moet u de trombosedienst hierover inlichten.
  • Gebruikt u apixaban, rivaroxaban of ticagrelor? Meestal mag u de combinatie niet gebruiken.
  • De medicijnen tegen hartklachten of hoge bloeddruk (hart- en vaatmiddelen) amlodipine, barnidipine, diltiazem, disopyramide, felodipine, ivabradine, kinidine, lacidipine, lercanidipine, nicardipine, nifedipine, nimodipine en verapamil.
    Als u de combinatie mag gebruiken, zal de arts de dosering van het hartvaatmiddel of van voriconazol aanpassen, uw hart extra controleren of u vragen alert te zijn op bijwerkingen van het hart-vaatmedicijn.
  • De cholesterolverlagers atorvastatine, lomitapide en simvastatine.
  • Medicijnen tegen psychoses en hallucinatie lurasidon, pimozide en quetiapine.
  • De medicijnen tegen epilepsie carbamazepine, fenobarbital, fenytoïne en primidon. Carbamazepine wordt soms ook gebruikt bij manische depressie en fenytoïne soms bij zenuwpijn en hartklachten.
    Als u deze combinatie mag gebruiken, kan uw arts de dosering van voriconazol verhogen. Gebruikt u fenytoïne of carbamazepine? Dan moet soms ook de dosering van die middelen worden aangepast.
  • De erectiemiddelen (medicijnen tegen impotentie) avanafil, sildenafil, tadalafil en vardenafil. Sildenafil en tadalafil worden ook gebruikt bij pulmonale arteriële hypertensie (verhoogde bloeddruk in de longen).
    Gebruikt u sildenafil en mag u de combinatie gebruiken? Uw arts zal u een lagere dosering sildenafil adviseren.
  • De afweeronderdrukkers ciclosporine, everolimus, sirolimus en tacrolimus. Overleg met de arts die de afweeronderdrukker voorschrijft.
  • Medicijnen tegen tuberculose (tbc): rifabutine en rifampicine. Mag u de rifabutine gebruiken? Meestal moet de arts de doseringen van rifabutine en voriconazol aanpassen en extra controleren op de bijwerkingen van rifabutine.
  • Sommige medicijnen tegen hiv, hepatitis C of herpesinfecties Vraag aan uw apotheker om welke medicijnen dit gaat.
  • Een aantal medicijnen tegen kanker. Vraag aan uw apotheker om welke medicijnen dit gaat.
  • Alprazolam, een rustgevend medicijn. Als u alprazolam wel mag gebruiken, zal uw arts de dosering hiervan aanpassen.
  • Budesonide, een medicijn gebruikt bij darmontstekingen. Als uw voriconazol-kuur korter dan 2 weken duurt, mag u de combinatie meestal wel gebruiken. Vraag uw apotheker op welke bijwerkingen van budesonide u moet letten.
  • Cinacalcet, een medicijn tegen teveel calcium of fosfaat in het bloed. Uw bloed moet extra gecontroleerd.
  • Colchicine, een medicijn tegen jicht.
  • Darifenacine, een medicijn tegen urine-incontinentie. Neem contact op met uw arts als de bijwerkingen door darifenacine toenemen.
  • Bepaalde bijnierschorshormonen (corticosteroïden) om in te nemen of als injectie, zoals dexamethason en methylprednisolon. Gebruikt u een hoge dosering van deze medicijnen? Dan kan de werking van voriconazol afnemen. Overleg hierover met uw arts.
  • Dexamethason en methylprednisolon, bijnierschorshormonen die worden gebruikt bij ontstekingen. Krijgt
  • Ergotamine, een medicijn tegen migraine.
  • Flucloxacilline, een antibioticum.
  • Guanfacine, een medicijn tegen ADHD.
  • De medicijnen tegen cystische fibrose ivacaftor en lumacaftor. Uw arts zal u extra controleren. Soms past de arts de dosering aan van ivacaftor en lumacaftor.
  • Midazolam, een slaapmiddel. Als u midazolam mag gebruiken, zal uw arts de dosering hiervan aanpassen.
  • Sint-janskruid (hypericum), een kruidenmiddel tegen depressivieve klachten. Gebruik geen sint-janskruid als u voriconazol gebruikt.
  • Tofacitinib, een medicijn tegen reuma of andere chronische ontstekingen.
  • Tolvaptan, een medicijn gebruikt bij nierziekten.

Twijfelt u eraan of een van de bovenstaande wisselwerkingen voor u van belang is? Neem dan contact op met uw apotheker of arts.

Kan ik met dit medicijn autorijden, alcohol drinken en alles eten of drinken?

Autorijden?

Dit medicijn kan bijwerkingen veroorzaken, zoals slaperig zijn, duizelig zijn en wazig zien. Heeft u hier last van? Dan mag u niet autorijden. Het kan gevaarlijk zijn aan het verkeer deel te nemen zo lang u last heeft van deze bijwerkingen.

Gebruikt u ook andere medicijnen die deze bijwerkingen geven? Let er dan op dat u meer last kunt hebben van deze bijwerkingen.

Alcohol kan de bijwerking van dit medicijn sterker maken. Hierdoor kunt u extra suf of slaperig worden. Gebruik daarom liever geen alcohol of drink minder alcohol als u dit medicijn krijgt.

Voor meer algemene informatie kunt het thema 'Medicijnen in het verkeer' lezen. In dit thema leest u bijvoorbeeld wat de wet zegt over medicijnen in het verkeer. Ook vindt u adviezen waarmee u rekening moet houden als u wel (weer) mag autorijden.

Alcohol drinken?

Door alcohol wordt u sneller slaperig door dit medicijn. Bovendien verhoogt alcohol de kans op maagklachten en versterkt het de kans op duizeligheid. Gebruik daarom liever geen alcohol als u dit medicijn krijgt.

Alles eten?

U mag alles eten en drinken zoals u normaal doet.

Mag ik dit medicijn gebruiken als ik zwanger ben, wil worden of borstvoeding geef?

Zwangerschap
Over het gebruik van dit medicijn tijdens de zwangerschap is nog te weinig bekend. Meld het aan uw arts en apotheker zodra u zwanger bent, of binnenkort wilt worden. Mogelijk kan uw arts een ander medicijn voorschrijven. Een medicijn waarvan wel bekend is dat u het veilig kunt gebruiken.

Borstvoeding
Wilt u borstvoeding geven, overleg dan met uw arts. Het is niet bekend of het in de moedermelk terechtkomt en of het schadelijk is voor de baby. Misschien kan uw arts u een ander medicijn voorschrijven. Een medicijn waarvan wel bekend is dat u het veilig kunt gebruiken.

Hoe gebruik ik dit medicijn?

Kijk voor de juiste dosering altijd op het etiket van de apotheek.

Hoe

  • Tabletten: slik de tabletten door met een half glas water.
  • Drank: meet de juiste hoeveelheid drank af in een maatbekertje of met de bijgeleverde spuit. Richt de gevulde spuit naar de binnenkant van de wang en spuit de drank dan langzaam in de mond. Geeft u de drank aan een kind: zorg dan dat het kind rechtop zit.
    Infuus: dit wordt in het ziekenhuis aangelegd door een verpleegkundige.

Wanneer?
Vaak krijgt u eerst in het ziekenhuis een infuus met voriconazol. Daarna moet u dan nog enige weken of maanden tabletten of drank met voriconazol gebruiken.

  • Tabletten: innemen op een lege maag. Het wordt dan beter opgenomen in het bloed. Neem het daarom minstens 1uur na het eten, en eet na inname 1 uur lang niet.
  • Drank: innemen op een lege maag. Het wordt dan beter opgenomen in het bloed. Neem het daarom minstens 2 uur na het eten, en eet na inname minstens 1 uur niet.

Verdeel de 2 innames zo goed mogelijk over de dag. Er is dan altijd voldoende medicijn in uw bloed.

Hoelang?
Hoelang de kuur precies duurt, hangt af van de plaats en de ernst van de infectie. Meestal moet u voriconazol gedurende enkele weken tot maanden gebruiken.
Voor een goed resultaat moet u de hele kuur afmaken. Onderbreek de kuur niet.
Ook al zijn de infectieverschijnselen al vóór afloop van de kuur verdwenen; dit betekent nog niet dat alle schimmels of gisten verdwenen zijn.

Terug naar overzicht