Medische Encyclopedie – Apotheek Marne – Amstelveen

Apotheek Marne

Marne 130 1186PJ Amstelveen Tel:020 220 99 00 Fax:020 220 99 09

Medische Encyclopedie

Inhoud

topotecan

Topotecan is een kankerremmende stof (cytostaticum). Het remt de groei van sommige tumoren.

Artsen schrijven het voor bij eierstokkanker, longkanker en baarmoederhalskanker. Artsen schrijven het soms ook voor bij eierstokkanker die is uitgezaaid naar de buikvlies en bij Wilms tumor (niertumor).

Wat doet topotecan en waarbij gebruik ik het?

Kanker

Kanker is een verzamelnaam voor meer dan honderd verschillende aandoeningen, waarbij lichaamscellen zich ongeremd delen. Het gevolg is tumoren (gezwellen) of afwijkingen in bloed en lymfebanen. Het is een erge ziekte die dodelijk kan zijn als u er niets aan doet.

Door nieuw onderzoek is in deze tijd goede behandeling voor veel soorten kanker mogelijk. Bij snelle behandeling voorkomt u dat een kankergezwel doorgroeit in het omringende weefsel of dat het uitzaait. Bij uitzaaiingen ontstaat kanker op andere plaatsen in het lichaam.

Topotecan wordt gebruikt bij:

  • Eierstokkanker (soms ook bij eierstokkanker die is uitgezaaid naar de buikvlies)
  • Longkanker
  • Baarmoederhalskanker
  • Wilms tumor (niertumor) 

Oorzaak
In elke cel zit DNA. DNA heeft de erfelijke eigenschappen van ons lichaam, zoals de bloedgroep en de kleur van de ogen. Door het DNA weten cellen wat ze moeten doen, bijvoorbeeld ook hoe snel ze zich moeten delen. Bij een celdeling ontstaan uit 1 cel 2 dochtercellen, met precies hetzelfde DNA als de moedercel. Als het stukje DNA dat de celdeling bestuurt beschadigd raakt, kan de cel zich sneller gaan delen. De dochtercellen van elke cel hebben dezelfde schade in het DNA. Daardoor gaan ook deze cellen zich ongeremd delen, met kanker tot gevolg.

Hoe de schade in het DNA ontstaat, is vaak onbekend. Het lijkt soms te komen door chemische stoffen als teer in tabaksrook, of door asbest, alcohol, te veel of te vet voedsel, straling of door een erfelijke aanleg.

Verschijnselen
Kanker is een verraderlijke ziekte. Elke kankersoort veroorzaakt weer andere klachten. In het begin zijn er vaak helemaal geen verschijnselen. Pas als een kankergezwel tegen zenuwen aandrukt, is pijn te voelen.

Sommige klachten komen bij bijna alle kankersoorten voor, zoals erge moeheid, gebrek aan eetlust en sterke vermagering (bijvoorbeeld meer dan 3 kilo in een maand).

  • Bij kanker van de eierstokken en baarmoederhalskanker kunt u soms vaginaal bloedverlies, buikpijn of een opgeblazen gevoel merken.
  • Bij longkanker moet u hoesten, heeft u soms pijn op de borst en bent u kortademig.
  • Bij Wilms tumor (niertumor) kunt u last hebben van buikpijn, moeheid, misselijk zijn en minder eetlust.

Neem bij deze verschijnselen contact op met uw arts.

Behandeling
De behandeling hangt af van de plaats waar de kanker zit en het fase van de ziekte. Topotecan wordt vaak gebruikt in combinatie met andere medicijnen tegen kanker. U krijgt dit medicijn via een infuus in uw bloedvat of als een capsule om in te nemen.

Werking
Topotecan zorgt ervoor dat de kankercellen niet meer kunnen delen. Kanker wordt zo geremd.

Lees meer over kanker . “

Wat zijn mogelijke bijwerkingen?

Dit medicijn heeft een krachtige werking op de celdeling, niet alleen van kankercellen maar ook van gezonde lichaamscellen. Hierdoor kunnen bijwerkingen ontstaan, bijvoorbeeld op plaatsen waar de cellen zich normaal snel delen. Dit zijn de slijmvliezen van mond, maag en darmen, de huid, de haren en het bloed.

Door de lijst van bijwerkingen kan het lijken dat het medicijn erger is dan de ziekte. Maar de bijwerkingen komen lang niet bij iedereen evenveel voor. Ook gaan de bijwerkingen vaak langzaam over.

De belangrijkste bijwerkingen zijn de volgende.

Soms (bij 10 tot 30 op de 100 mensen)

  • Maagdarmklachten, zoals misselijk zijn, overgeven, diarree, verstopping, buikpijn en minder eetlust.

    • Zeer zelden bloedingen of scheuren in de maag en darmen. Raadpleeg uw arts als u last krijgt van lange of erge buikpijn die erger wordt als u beweegt. Of als u bloed ziet in uw poep. U kunt ook last krijgen van koorts, rillingen, overgeven of misselijk zijn. Raadpleeg dan uw arts.
    • Als u misselijk bent, schrijft de arts een antibraakmiddel voor. Mogelijk helpt het om vaker te eten, maar dan kleine beetjes. Blijft u misselijk of moet u vaker dan 1 keer per dag overgeven? Overleg dan met uw arts.
    • Van overgeven en diarree kunt u uitdrogen. Heeft u diarree of  moet u overgeven? Zorg dat u extra drinkt. Neem contact op met uw arts als u 4 keer of vaker op een dag dunne poep heeft, of als u ook ’s nachts diarree heeft. Soms krijgt u medicijnen tegen diarree of een vochtinfuus om uitdroging te voorkomen.
  • Bijwerkingen in het bloed en meer kans op infecties. Deze bijwerkingen ontstaan door te weinig rode en witte bloedcellen en bloedplaatjes.

    • Neem contact op met uw arts bij: onverklaarbare koorts of keelpijn, blaren in de mond en keel, onverklaarbare bloedneuzen, onderhuidse bloedinkjes en blauwe plekken en erge moeheid. Door te weinig witte bloedcellen bent u ook gevoeliger voor infecties door virussen, bacteriën of schimmels.
    • Neem altijd contact op met uw arts bij infecties zoals verkoudheid, keelontsteking, griep, steenpuisten en andere huidinfecties.
    • Tijdens de behandeling zal de arts uw bloed regelmatig controleren. Als er te weinig rode of witte bloedcellen of bloedplaatjes zijn, zal de arts de dosering aanpassen. Het bloed wordt weer normaal als de kuur is afgelopen.
  • Zwak of moe gevoel.

  • Een ontsteking van het slijmvlies in uw mond.

    U merkt dit aan pijn, een rode mond en een branderig gevoel in de mond.

  • Haaruitval en kaalheid.

    Niet alleen van hoofdhaar, maar ook van wenkbrauwen, wimpers, oksel- en schaamhaar. Na de behandeling zal het haar na ongeveer 1 maand weer gaan groeien.

Zelden (bij 1 tot 10 op de 100 mensen)

  • Bloedvergiftiging (sepsis)

    Bij bloedvergiftiging bent u erg ziek door een infectie. U kunt last hebben van hoge koorts, of een heel lage temperatuur, snel ademen, snelle hartslag, in de war zijn, suf zijn en minder kleur in uw gezicht. Dit is erg gevaarlijk. Waarschuw direct een arts.

  • Overgevoeligheid voor dit medicijn. Dit merkt u aan huiduitslag, jeuk of galbulten. Heeft u hier last van? Neem dan contact op met uw arts. 

    • Een ernstige overgevoeligheid merkt u aan benauwd zijn, flauwvallen of een opgezwollen gezicht, keel of tong. Ga dan direct naar een arts of naar de Eerste-hulpdienst.
    • Als u overgevoelig bent mag u dit medicijn in de toekomst niet meer gebruiken. Geef dat door aan de apotheker. Het apotheekteam kan er dan op letten dat u dit medicijn niet opnieuw krijgt.

Zeer zelden (bij minder dan 1 op de 100 mensen)

  • Pijn of tintelend gevoel op en rond de plaats van de infuusnaald. 

    • Dit kan ontstaan doordat infuusvloeistof buiten de ader in het omliggende weefsel terechtkomt. Hierdoor kan het weefsel erg ontsteken en gaan zweren.
    • Waarschuw direct uw arts of verpleegkundige bij klachten zoals roodheid, warmte en zwelling.
  • Een ernstige longziekte. Heeft u het opeens benauwd en heeft u koorts? Bel dan meteen de arts. 

  • Ontsteking van de dikke darm. 

    Heeft u vaak last van erge diarree en buikpijn, krampen en soms koorts? Neem dan direct contact op met uw arts. 

Uitleg frequenties

Regelmatig : bij meer dan 30 op de 100 mensen
Soms : bij 10 tot 30 op de 100 mensen
Zelden : bij 1 tot 10 op de 100 mensen
Zeer zelden : bij minder dan 1 op de 100 mensen

Mag ik topotecan gebruiken met andere medicijnen?

Dit medicijn heeft wisselwerkingen met andere medicijnen. In de tekst hieronder staan alleen de werkzame stoffen van deze medicijnen, dus niet de merknamen. Of uw medicijn een van die werkzame stoffen bevat, kunt u nagaan in uw bijsluiter onder het kopje 'samenstelling'.

De medicijnen waarmee de belangrijkste wisselwerkingen optreden, zijn de volgende.

  • Vaccins. Overleg met uw arts als u gevaccineerd gaat worden. Bepaalde vaccins mag u niet gebruiken. Topotecan vermindert de werkzaamheid van deze vaccins en verhoogt de kans op bijwerkingen ervan. Dit betreft onder andere bof-mazelen-rodehondvaccin (BMR), gelekoortsvaccin, rotavirusvaccin en BCG-vaccin.
    Bij andere vaccins moet u soms een extra vaccinatie krijgen of moet uw bloed onderzocht worden om te kijken of het vaccin goed heeft gewerkt. Dit betreft onder andere influenzavaccin, tetanusvaccin en vaccin tegen baarmoederhalskanker.
  • De antistollingsmedicijnen acenocoumarol en fenprocoumon. Topotecan kan de werking van deze medicijnen beïnvloeden. Meld de trombosedienst als u begint met dit medicijn, als de dosering verandert en als u stopt met dit medicijn.

Twijfelt u eraan of een van de bovenstaande wisselwerkingen voor u van belang is? Neem dan contact op met uw apotheker of arts.

Het is belangrijk dat uw arts weet welke medicijnen u nog meer gebruikt. Neem daarom uw medicatieoverzicht mee als u naar het ziekenhuis gaat. Dit is een overzicht waarop staat welke medicijnen u gebruikt, maar ook of u bijvoorbeeld allergisch bent voor bepaalde medicijnen. U kunt dit overzicht bij uw eigen apotheek opvragen. Krijgt u in het ziekenhuis nieuwe medicijnen, of verandert er iets aan uw medicijngebruik? Geef dit dan ook weer door aan uw eigen apotheek. Dan blijft uw medicatieoverzicht actueel.

Kan ik met dit medicijn autorijden, alcohol drinken en alles eten of drinken?

Autorijden?
Ja, dat kan. Dit medicijn heeft geen invloed op hoe goed u kunt autorijden.

Alcohol drinken?
Alcohol irriteert de slijmvliezen van het maagdarmkanaal. Het vergroot daardoor de kans op bijwerkingen op de maag en darmen. Gebruik daarom liever geen alcohol tijdens de behandeling met topotecan en zolang u last heeft van uw maag en darmen.

Alles eten?
U kunt alles eten wat uw maag verdraagt. Sommige soorten voedsel kunt u beter niet eten als u last heeft van uw maag.
Meer adviezen bij maagklachten kunt u vinden bij Maagklachten.

Mag ik dit medicijn gebruiken als ik zwanger ben, wil worden of borstvoeding geef?

Zwangerschap
Gebruik dit medicijn NIET als u zwanger bent of wilt worden. Er is een grote kans dat het medicijn een aangeboren afwijking bij het kind veroorzaakt. Tijdens de behandeling en tot 6 maanden daarna mag u niet zwanger worden. Bespreek met uw arts een betrouwbare anticonceptiemethode.

Borstvoeding
Geef GEEN borstvoeding als u dit medicijn gebruikt. Het is niet bekend of dit medicijn in de moedermelk terechtkomt en of het schadelijk voor de baby is.

Hoe gebruik ik dit medicijn?

Hoe?

Via een infuus in uw bloedvat
U krijgt dit medicijn in het ziekenhuis van uw verpleegkundige of arts. Het infuus duurt ongeveer 30 minuten.

Als een capsule om in te nemen

  • Let op! Maak de capsule NIET open en gebruik geen beschadigde capsules.
  • Neem de capsules zonder te kauwen in.
  • Zit er een gaatje in de capsule of lekt de inhoud van de capsule? Was dan direct uw handen met water en zeep! Heeft u de inhoud van de capsule in uw oog gekregen? Was dan uw ogen zachtjes met stromend water. Doe dit minimaal 15 minuten. Waarschuw ook uw arts als de inhoud van de capsule in uw ogen of op uw handen is gekomen.
  • Bewaar de capsules in de koelkast (niet in de vriesvak).

Wanneer?
Per situatie is er een ander soort behandeling met een ander toedienschema. Uw arts bepaalt dit voor iedere patiënt apart.
Gebruikt u dit medicijn als capsule? Neem dit medicijn niet meer dan 1 keer per dag gedurende 5 dagen. Volg het kuurschema dat u van uw arts krijgt.

Hoe lang?
Het ligt aan uw ziekte hoe lang u dit medicijn moet gebruiken. Uw arts bepaalt dit voor iedere patiënt apart.

Wat te doen met urine, ontlasting, bloed, wondvocht of braaksel?
Voor uw directe omgeving, zoals huisgenoten, is het verstandig contact te vermijden met uw lichaamsvloeistoffen. Dit betekent niet dat aanraken of zoenen verboden is. Het gaat alleen om maatregelen om niet in aanraking te komen met urine, ontlasting, bloed, wondvocht of braaksel, omdat het geneesmiddel hierin aanwezig is.

Neem daarom tijdens de behandeling en tot 2 dagen na de laatste dosering de volgende maatregelen.

  • Was uw handen na elk toiletbezoek. Mannen kunnen het best zittend plassen, om spatten te voorkomen.
  • Spoel na gebruik van het toilet 2 keer achter elkaar door, met het wc-deksel dicht. Zo voorkomt u spatten. Maak het toilet elke dag schoon.
  • Komt u in contact met lichaamsvloeistoffen, bijvoorbeeld bij schoonmaken? Gebruik dan wegwerphandschoenen.
  • Zit er urine, ontlasting, bloed of braaksel op uw kleding of beddengoed? Doe ze dan meteen in de wasmachine. Was ze niet samen met ander wasgoed. Kunt u ze niet meteen wassen? Bewaar ze dan in een afgesloten plastic zak.
  • U kunt resten van urine, ontlasting en braaksel opruimen met een wegwerpmatje of keukenpapier. Gooi ze daarna weg in een dubbele afvalzak. Maak de plek daarna eventueel schoon met een sopje. Spoel het sopje door het toilet.
  • Bloed en wondvocht kunnen resten van het medicijn bevatten. Doe daarom verband, gaasjes en ander wegwerpmateriaal in een dubbele afvalzak.
  • Ook sperma en vaginale uitscheiding kunnen resten van dit medicijn bevatten. Gebruik een condoom en/of een beflapje. Deze kunt u weggooien in een dubbele afvalzak.
  • Wilt u meer weten? Bekijk dan de adviezen op kanker.nl.
Terug naar overzicht